Scroll naar boven
Sociale samenhang en scheidslijnen door de ogen van Brabanders

Sociale samenhang en scheidslijnen door de ogen van Brabanders


'Verschil moet er zijn' aldus het spreekwoord. En verschil is er dan ook. Mag het er van de Brabander ook zijn? Hoe ervaren Brabanders eigenlijk de verschillen in Brabant? En zijn er ook verschillen die ze (on)wenselijk vinden?

 

In opdracht van BrabantKennis hebben onderzoekers Susanne Agterbosch en Koen Vinckx van het PON onderzoek gedaan naar verschillen in de samenleving vanuit het perspectief van de Brabander zelf. De resultaten zijn te lezen in het onderzoeksrapport 'Sociale samenhang en scheidslijnen door de ogen van Brabanders'.

 

Dit onderzoeksrapport vormt de basis voor het essay 'Hoe beleven Brabanders verschillen?' dat als essay #7 verscheen in de verkenning Mind the Gap! die BrabantKennis dit jaar gestart is.

We noemen hieronder de belangrijkste resultaten. Meer weten? Lees de volledige rapportage of het essay.

We kijken naar attitudes en zelf gerapporteerd gedrag ten aanzien van drie dimensies:
(1) mate van vertrouwen,
(2) sociaal gedrag en participatie en
(3) hoe men tegen de samenleving aankijkt.
We hebben daarbij specifiek onderzocht in hoeverre er verschillen bestaan in de wijze waarop (groepen) mensen de samenleving en de eigen positie daarbinnen ervaren en kijken daarbij in het bijzonder naar opleidingsniveau en arbeidsmarktpositie als potentiële differentiërende factoren.

 

Vertrouwen

•   Brabanders hebben weinig financiële zorgen, ongeacht hun opleidingsniveau. Niet-werkenden ervaren meer financiële zorgen, wat correspondeert met de onzekere arbeidsmarktpositie waarin zij verkeren.
Mensen met een lage opleiding hebben minder vertrouwen in de continuïteit van de eigen arbeidsmarktpositie. Dit gaat samen met negatieve attitudes ten aanzien van arbeidsconcurrentie.
70% van de Brabanders is als zelfredzaam te typeren. Het aandeel zelfredzamen is groter onder hoogopgeleiden, maar ook onder de laagopgeleiden zegt zo'n tweederde zelfredzaam te zijn.
De meeste Brabanders plaatsen zich aan de bovenkant van de maatschappelijke ladder. Laagopgeleiden en niet werkenden plaatsen zichzelf lager op deze ladder, wat tevens een lager geluksniveau met zich meebrengt.
Het institutioneel vertrouwen in Brabant ligt onder de 50%. Laagopgeleiden hebben vaker het idee dat de overheid onvoldoende voor hen doet (52%) en dat ze geen invloed hebben op wat de overheid doet (70%). We zien dat mensen die vinden dat de overheid te weinig voor hen doet, vaker van plan zijn om op de (grotere) oppositiepartijen (PVV, SP) te stemmen.
Het sociaal vertrouwen blijkt behoorlijk hoog en in de afgelopen jaren toegenomen: ruim tweederde heeft vertrouwen in de medemens. Dit correleert met een hoger opleidingsniveau.
Brabanders zijn behoorlijk samenredzaam. Zo heeft 73% van de respondenten vertrouwen dat we het met elkaar regelen in de eigen omgeving en denkt 84% een beroep te kunnen doen op de omgeving als ze hulp nodig hebben. Hierin vinden we slechts marginale verschillen naar opleidingsniveau. Opleidingsniveau blijkt dus wel bepalend voor sociaal vertrouwen in meer algemene zin, maar niet voor vertrouwen in de directe eigen omgeving.



Burgerbetrokkenheid

•   De maatschappelijke participatie van Brabanders is behoorlijk groot: het merendeel van de Brabanders (69%) is lid van een vereniging of organisatie, bijna de helft (48%) heeft het afgelopen jaar mantelzorg verricht en het vrijwilligerswerk is gestegen van 31% in 2009 en 45% in 2014 naar 52% nu.
Hoger opgeleiden zijn vaker lid van een vereniging en doen vaker vrijwilligerswerk. Het zijn echter de laagopgeleiden die vaker zorg verlenen aan een hulpbehoevende naaste.
We zien een verband tussen lidmaatschap in het verenigingsleven en verschillende aspecten van vertrouwen. Mensen met minder vertrouwen in de medemens, in politie en justitie, zijn minder vaak dan gemiddeld zelfredzaam en minder vaak lid van verenigingen.
Voor laagopgeleiden komen deze aspecten samen: zij hebben minder sociaal en institutioneel vertrouwen, zijn net iets minder vaak zelfredzaam zijn én minder vaak lid zijn van een vereniging.
Een kwart van de Brabanders heeft zich de afgelopen 12 maanden ingezet voor de leefomgeving, waarvan 6% als initiatiefnemer. Initiatiefnemers blijken vaker middelbaar of hoog opgeleid te zijn.
Het zijn dus met name de hoogopgeleiden, die door in de eigen omgeving initiatieven te organiseren invulling geven aan actief burgerschap. Deze initiatieven kunnen invulling geven aan nieuwe vormen van directe solidariteit, maar dat vereist dat ook mensen met een andere achtergrondkenmerken gaan participeren. De vraag is in hoeverre dit ook gebeurt of dat de geconstateerde selectiviteit onder initiatiefnemers de ongelijkheid juist vergroot.


 

Attitudes ten aanzien van de samenleving

•   De toegenomen aandacht voor ongelijkheid en scheidslijnen in het politieke, beleids¬matige en publieke debat zien we niet meteen terug in de typering van de Brabantse samenleving. Brabanders zijn de samenleving - anno 2017 - juist als iets meer solidair gaan typeren met iets meer aandacht voor de kwaliteit van het bestaan. Ook vindt men Brabant in 2017 niet meer of minder (on)gelijk.
Tegelijkertijd zien we dat Brabanders het gevoel hebben dat verschillen tussen groepen in de samenleving toenemen en dat er steeds meer mensen zijn, die niet kunnen meedoen in de maatschappij. Opvallend is dat hoogopgeleiden dit minder vaak denken. Interessant, aangezien het met name de hoogopgeleiden zijn, die als initiatiefnemer kunnen zorgen voor nieuwe vormen van directe solidariteit. Het roept de vraag op hoe de komende jaren de directe solidariteit vorm krijgt: is er genoeg oog voor sociale inclusie?
Welke waarden heeft men persoonlijk ten aanzien van differentiatie? In hoeverre wordt bijvoorbeeld de aanwezigheid van verschillende culturen geoorloofd of hinderlijk gevonden? De helft van de Brabanders geeft aan geen nadelen te ondervinden van de aanwezigheid van verschillende culturen in de Brabantse samenleving. Ongeveer een vijfde is wel van mening dat zij vooral nadelen ondervinden. Dit geldt sterker voor laagopgeleiden en voor mensen zonder (vaste) positie op de arbeidsmarkt.
Tot slot zien we ook - passend bij het wensbeeld van een meer solidaire samenleving - dat ruim 80% van de Brabanders van mening is dat mensen zorg zouden moeten dragen voor kwetsbaren in de samenleving. Dit geeft - samen met de stijgende lijn in het vrijwilligerswerk - hoop voor de volhoudbaarheid van de directe solidariteit in Brabant.

 

 

Meer informatie

Meer informatie